Huisvesting en Voeding

Met al het aanbod op de markt is het moeilijk om een juiste kooi voor uw vogel te kiezen. Wij zullen u daarbij dan ook graag helpen. Veel mensen kijken liever naar de kleur en stijl van de kooi dan naar het belangrijkste aan de kooi, de grootte. De kooi moet groot genoeg zijn zodat de vogel zonder problemen zijn vleugels in de kooi uit kan slaan.

Kromsnavels

Voor kromsnavels zoals parkieten en papegaaien raden wij een kooi met horizontale tralies aan. Op deze manier glijden de poten van de vogel niet weg wanneer zij door de kooi klimmen. Minimale afmetingen voor een papegaaienkooi is 70cm x 70cm x 100cm. Voor een parkietenkooi is 40cm x 40cm x 55cm. (beide L x B x H).
Zorgt u bij uw kromsnavel ook voor minimaal 3 zitstokken waarbij u er een op hoogte van de voederbakjes hangt. De zitstokken moeten zo dik zijn dat de tenen van de vogel ongeveer tweederde van de stok omsluiten. Op deze manier slijten de nagels van de vogel zodat ze zo weinig mogelijk last krijgen van te lange nagels.
Voor uwpapegaai is het goed dat de zitstokken verschillende diameters hebben. Denkt u daarbij ook eens aan zitstokken van wilgenhout. Deze kunnen de papegaaien dan ook afstrippen. Zorgt u wel dat u deze stokken dan regelmatig vernieuwd. Kromsnalvers zijn speelse en sociale vogels. Hang daarom ook enkele speeltjes in de kooi zoals een flos of een schommeltje. Wilt u uw vogel handtam maken dan is het af te raden om een spiegeltje in de kooi te hangen. De vogel ziet hierin een kameraadje en heeft hij u daarom minder als kameraadje nodig. Omdat de kromsnavel een sociale vogel is heeft hij veel aandacht nodig. Laat daarom als u van huis bent de radio aanstaan zodat de vogel niet het idee heeft dat hij helemaal alleen is.

Zangvogels

Voor de zangvogels zoals de kanarie zijn weer hele andere eisen van toepassing. De minimale afmetingen voor bijvoorbeeld een kanariekooi zijn 45cm x 30cm x 40cm. De zangvogel is een minder speelse vogel dan de kromsnavel, daarom is het ook niet nodig om veel speeltjes in de kooi te hangen. Een schommeltje is genoeg. Op deze manier blijft er ook nog eens genoeg ruimte voor de vogel over om heen en weer te springen. Bij een kooi voor zangvogels kunnen de tralies het beste verticaal lopen. Dit om beschadiging van de vleugels tegen te gaan. Veel zangvogels zoals de kanarie zijn dol op baden. Op deze manier verzorgen ze hun veren. Hang daarom een waterbadje in de kooi.

Voor alle kooien geldt dat u ze het beste met de zijkant tegen of vlakbij een muur kunt zetten voor een gevoel van veiligheid van de vogel. Zorg ook dat de kooi niet voor een raam of in de tocht hangt of staat. Als bodembedekker kunt u het beste beukensnippers (verkrijgbaar in verschillende grote afhankelijk van de vogel) of wit zand (schelpenzand) gebruiken.
De meeste vogels vinden het lekker om af en toe nat gespoten te worden. U kunt dit doen met een plantenspuit met lauw water. Hiermee slaat u twee vliegen in één klap. De vogel is er dol op en verzorgt zijn veren en uw vogels pot een stuk minder.

Voeding van papegaaien

De eerste overweging is dat het dieet een uitgebalanceerde samenstelling aan voedingstoffen dient te bezitten.
We hebben zaadmengels
Premium witte molen, van Himbergen, Versele Laga.

Maar denkt u hierbij ook eens aan Pellets (Papegaaienbrokken). Bijvoorbeeld van: Zupreem, Scenic, Roudybuch, Nutribird en Wagenerpellets.
Deze zijn verkrijgbaar voor de papegaaien- parkieten in de soorten standaard en kweekvoer in klein en grootverpakkingen.

Eiwit

Spierweefsel en veren bevatten een hoog eiwitgehalte. Daarom neemt de behoefte aan eiwit toe tijdens de groei en tevens gedurende de ruiperiode, wanneer de aanmaak van een nieuw verenkleed plaats vind. De eiwitkwaliteit is een andere factor die naast het eiwitgehalte in het dieet een belangrijke rol speelt. De kwaliteit word bepaald door de hoeveelheid waarin de diverse aminozuren in het eiwit voorkomen. Veel aminozuren die de vogel nodig heeft voor de groei en de veerproductie kunnen door het dier zelf worden aangemaakt uit andere aminozuren en worden geclassificeerd als niet essnetieel. Daarintegen is er een aantal essentiele aminozuren die aanwezig dienen te zijn in het dieet. De verhouding tussen essentiele en niet essentiele aminozuren is bepalend voor de eiwitkwaliteit.

Vetten

Vetten worden beschouwd als een unieke brandstof omdat ze ongeveer twee maal zo veel energie per gram leveren dan eiwitten en koolhydraten. Vetten hebben ook een functie bij de opname van vet oplosbare vitaminen en essentiele vetzuren. Veel noten bezitten eveneens een hoog vetgehalte en kunnen tijdens koude weeromstandigheden fungeren als een geconcentreerde energiebron voor vogels die buitenshuis gehuisvest zijn.

Koolhydraten

Koolhydraten zijn de andere energieleveranciers en in vogelvoer vormen zij in de regel de primaire energiebron.

Energiebehoeften

Zoals reeds is besproken, wordt energie geleverd door eiwitten, vetten en koolhydraten. De energiebehoefte van een vogel wordt bepaald door de hoeveelheid lichaamsbeweging, de omgevingstemperatuur, de lichaamsgrootte en het voortplantingsstadium. Onderzoek bij papegaaiachtigen toonde aan dat tijdens het vliegen de behoefte aan energie drie maalde onderhoudsbehoefte kan bedragen. Een soortgelijke situatie doet zich voor bij vogels die bij vrij lage temperaturen worden gehuisvest, bijvoorbeeld in buitenvolières. Zij hebben een grotere energiebehoefte dan vogels die binnenshuis en met name in ruimtes met centrale verwarming gehouden worden. Het lichaamsgewicht van de vogels is een andere overwegingsfactor. Kleinere vogelsoorten hebben een grotere energiebehoefte per kilo wat betreft lichaamsgewicht, dan grotere vogelsoorten.

 

Voedingsanalyse van zaadpitten van veel aan papegaaiachtige gevoerde zaden

Eiwitten Vetten Koolhydraten Kcal/100gr Kj/100gr
Kanariezaad 15.6 5.6 65.6 379 1586
Witte gierst 11.5 4.1 69.4 358 1498
Rode gierst 10.8 3.5 69.2 348 1456
Grutten 14.3 6.6 67.5 393 1644
Zonnepitten gepeld 21.7 33.9 41.5 556 2326
Zonnepitten wit 24.0 47.0 20.2 594 2485
Saffloer 15.2 34.6 43.2 540 2259

Voor vogels moeten we ook rekening houden of we te maken hebben met huiskamervogels of kweekvogels. Voor huiskamervogels ligt het eiwitgehalte tussen de 14 en 16%. Voor kweekvogels ligt het eiwitgehalte in de rustperiode tussen 14 en 16%. In de kweekperiode moet het eiwitpercentage stijgen naar 19 en 21%. Voor ara's moet de voeding bestaan uit 15% eiwit en 10% vet. Voor grote kaketoes 15% eiwit en 5% vet. Voor amazones 14 a 16% eiwit en 5 a 6% vet. Voor edelpapegaaien 16% eiwit en 5% vet wel extra fruit toedienen. Voor afrikaanse soorten 15% eiwit en 8% vet maar wel extra calcium toevoegen. Zaadmengels zijn zeer variabel qua samenstelling (zie tabel), terwijl pellets of brokjes een konstante samenstelling bevatten waarin +/- alle nodige ingredienten vervat zijn. Het is dus beter om pellets te voeren dan een zaadmengsel. Een zaadmengsel alleen toedienen is uit den boze omdat zaden arm zijn aan vitaminen en er na verloop van tijd een vitamine terkort ontstaat.